Wat Aperol v. Aperbitter ons leert over verwarringsgevaar

Waarom één herkenbaar naamelement voldoende kan zijn om een merknaam juridisch kwetsbaar te maken

00:00

/

00:00

Mensen drinken steeds meer alcoholvrij, dat staat vast. Toch blijven sommige sterke drankmerken bijzonder sterk staan. Zodra het warmer wordt, trekken consumenten opnieuw naar de terrassen om te aperitieven en, in veel gevallen, te aperollen.

Aperol is daar een duidelijk voorbeeld van. Het merk staat commercieel sterk en juridisch stevig. Dat bleek opnieuw in de recente Aperol v. Aperbitter case, waarin Davide Campari-Milano oppositie instelde tegen de merknaam APERBITTER van het Italiaanse Distillati Group.

De zaak draait rond een eenvoudige maar strategisch belangrijke vraag: wanneer komt een nieuwe merknaam juridisch te dicht bij een bestaand merk?

Hoe verwarringsgevaar wordt beoordeeld

Merkbescherming draait in belangrijke mate om het tegengaan van verwarringsgevaar bij de consument. Om dat vast te stellen, worden de betrokken merken vergeleken op hun visuele, auditieve en begripsmatige gelijkenissen. Daarbij wordt rekening gehouden met de betrokken waren of diensten, het relevante publiek en de onderscheidende kracht van het oudere merk.

Die beoordeling is niet beperkt tot de volledige merknaam. Een consument kan een merk opsplitsen in verschillende herkenbare elementen, zeker wanneer bepaalde onderdelen een betekenis hebben of duidelijk verwijzen naar de productcategorie.

Het eerste deel van een merknaam krijgt daarbij vaak bijzondere aandacht. Consumenten lezen van links naar rechts en registreren het begin van een naam doorgaans sneller dan wat daarna komt. Dat betekent niet dat het eerste element altijd doorslaggevend is, maar het kan wel sterk doorwegen in de beoordeling van verwarringsgevaar.

Daarnaast speelt de vraag of een element beschrijvend, verwijzend of onderscheidend is. Een beschrijvend element helpt de consument meestal niet om de commerciële herkomst van een product te herkennen. Een onderscheidend element doet dat wel. Precies dat verschil bepaalt mee hoeveel gewicht een bepaald woorddeel krijgt in de vergelijking tussen twee merken.

Aperol v. Aperbitter toont dat verwarringsgevaar niet alleen afhangt van de volledige merknaam. Ook het eerste deel van een teken, de beschrijvende waarde van andere elementen en de bekendheid van het oudere merk kunnen bepalend zijn in de beoordeling.

Bij het ontwikkelen van een nieuwe naam is dat een belangrijk uitgangspunt. Een naam kan logisch samengesteld lijken en toch juridisch kwetsbaar zijn zodra de afzonderlijke elementen worden beoordeeld vanuit het perspectief van de consument.

aperbitter fles naast aperol fles

De feiten in Aperol v. Aperbitter

Davide Campari-Milano stelde in 2024 oppositie in tegen de Italiaanse en Europese merkaanvragen voor het woordmerk APERBITTER van het Italiaanse Distillati Group. De aanvragen hadden betrekking op alcoholische dranken in klasse 33.

Campari baseerde zich op verschillende APEROL-merkregistraties en op het merk THE BITTER NOTE. Volgens Campari bestond er verwarringsgevaar omdat het element APER volledig terugkomt aan het begin van APERBITTER. Ook APEROL begint met APER.

Campari voerde aan dat beide tekens Italiaanse fantasiewoorden zijn die in de context van alcoholische dranken kunnen verwijzen naar aperitief. Volgens Campari werd die gelijkenis versterkt door de bekendheid en onderscheidende kracht van APEROL.

Daarnaast stelde Campari dat APERBITTER door consumenten kon worden gezien als een variant binnen de APEROL-merkenfamilie, vergelijkbaar met APEROL SPRITZ. Dat argument is relevant omdat verwarringsgevaar niet enkel ontstaat wanneer consumenten twee producten letterlijk met elkaar verwarren. Het kan ook ontstaan wanneer zij denken dat er een economische of commerciële band bestaat tussen twee ondernemingen.

Campari verwees ook naar de context waarin alcoholische dranken vaak worden besteld, bijvoorbeeld in nachtclubs of drukke horecazaken. Dat argument had geen doorslaggevende invloed op de beoordeling, maar het maakt wel duidelijk waarom auditieve gelijkenis in deze categorie relevant kan zijn.

Distillati Group verdedigde zich met de stelling dat consumenten in APER eerder een verwijzing zouden herkennen naar aperitivo of naar het Engelse aperitif. BITTER zou volgens hen simpelweg verwijzen naar een bitter drankje. APER en BITTER zouden afzonderlijk dus beschrijvend of zwak zijn, terwijl alleen de combinatie APERBITTER als geheel onderscheidend zou zijn.

Waarom APERBITTER juridisch dicht bij APEROL kwam

Het EUIPO volgde die redenering slechts gedeeltelijk.

Het element BITTER werd voor de betrokken waren als beschrijvend beschouwd en had volgens het EUIPO geen onderscheidende waarde voor het relevante publiek. In de context van alcoholische dranken is dat logisch. BITTER verwijst naar een smaakprofiel of type drank en helpt de consument dus beperkt om de commerciële herkomst van het product te identificeren.

Daardoor kreeg BITTER minder gewicht in de vergelijking tussen de merken. Het EUIPO hield er bovendien rekening mee dat langere merknamen kunnen worden afgekort, zeker wanneer een deel ervan beschrijvend is.

De beoordeling verschoof daardoor in belangrijke mate naar APER tegenover APEROL.

Het argument dat APER door het relevante publiek zou worden begrepen als afkorting van aperitif werd afgewezen. APER ligt volgens het EUIPO te ver van het Engelse woord en wordt door het betrokken publiek niet algemeen gebruikt als gangbare afkorting van aperitif.

Daardoor bleef APER een relevant element in de vergelijking. Visueel en auditief werden de tekens minstens in gemiddelde mate overeenstemmend geacht. Begripsmatig was er geen duidelijke overeenstemming, maar dat nam het risico op verwarring niet weg.

Ook de mogelijke perceptie van APERBITTER als submerk of variant binnen de APEROL-merkenfamilie speelde mee. Het EUIPO kwam tot de conclusie dat er verwarringsgevaar bestaat tussen beide merken. Ook op nationaal niveau in Italië kreeg Campari gelijk. Tegen beide uitspraken lopen ondertussen beroepsprocedures.

Wat deze case betekent voor naamontwikkeling

Aperol v. Aperbitter laat zien hoe nauw de juridische beoordeling van een merknaam kan worden. Wat voor de aanvrager een logische combinatie van verwijzende elementen lijkt, kan voor een deel van het publiek toch te dicht bij een bestaand merk liggen.

Dat is vooral relevant in categorieën waar veel namen gebruikmaken van dezelfde taalvelden. Bij alcoholische dranken zijn verwijzingen naar aperitief, bitterheid, smaak, oorsprong of gebruiksmoment snel gemaakt. Net daardoor wordt de beschikbare naamruimte kleiner.

Een naam die logisch klinkt, is dus niet automatisch veilig. De juridische vraag is niet alleen of de naam een betekenis heeft, maar ook of die betekenis door het relevante publiek op dezelfde manier zal worden begrepen. Als een element niet als beschrijvend wordt gezien, kan het alsnog onderscheidend doorwegen in de vergelijking met oudere merken.

Bij het ontwikkelen van een nieuwe naam hoort merkbescherming daarom niet pas na de creatieve keuze te beginnen. Ze bepaalt mee welke namen realistisch bruikbaar zijn en welke namen later risico kunnen veroorzaken.

De les uit Aperol v. Aperbitter

De les uit deze case is helder. Een merk dat samengesteld lijkt uit beschrijvende of verwijzende elementen kan alsnog inbreuk maken op bestaande rechten. Het hangt af van hoe het relevante publiek die elementen begrijpt, welk deel van de naam blijft hangen en hoe sterk het oudere merk is.

Bij het ontwikkelen van een nieuwe naam volstaat een eerste creatieve of taalkundige beoordeling dus niet. Een merknaam moet ook juridisch worden getoetst op onderscheidend vermogen, beschikbaarheid en verdedigbaarheid.

Aperol v. Aperbitter laat zien dat verwarringsgevaar niet altijd ontstaat door de volledige naam. Soms volstaat het element dat de consument als eerste ziet, hoort en onthoudt.